De beste Winter Tips voor uw motorfiets

De tank

Wanneer je een metalen tank hebt, vul deze dan tot de rand om roestvorming te voorkomen. Voor het aftanken eventueel een brandstof-additief toevoegen (bijvoorbeeld Putoline Fuel Stabilizer) ter voorkoming van zaken als verkoling van de verbrandingsruimte in de cylinder en condensvorming in of verharsing van de carburateurs. Om het additief goed zijn werk te laten doen, moet er na het toevoegen van de stof een korte motorrit gemaakt worden.

Bandenputoline-fuel-stabilizer

Motoren zonder middenbok kan je het liefst op een paddockstandaard zetten zodat de banden los van de grond staan. Als dit niet gebeurt kan de bandenspanning met 0,5 bar verhogen en door de motor regelmatig te verrijden voorkom je dat de band een “flat spot” krijgt. In het voorjaar kan je de bandenspanning weer controleren en op de juiste spanning brengen.

Olie

Oude olie bevat een zuur die over een langere periode de smeerfunctie afbreekt, hierdoor zakken de vuilresten naar de onderkant van het blok, je kan het voorkomen door de motorolie te verversen en de oliefilter te verwisselen.
De kleine kanaaltjes van de hydraulische klepstoters kunnen ook verstopt raken waardoor er te weinig smering is en het kan leiden tot motorschade. Wanneer de motor meer dan 6 maanden stilstaat moet je een speciale conserveringsolie gebruiken maar bekijk altijd de specificaties van de fabrikant.

Ketting

De ketting moet gereinigd worden met een speciale kettingreiniger en vervolgens moet je de tandwielzijde inspuiten met kettingspray. Laat het ongeveer tien minuten in trekken voordat je ermee gaat rijden.

Frame

Als er roestvorming is op de frame, dan kan je het verwijderen met schuurpapier en  daarna moet je het gronden. Wanneer de roest niet helemaal weggaat moet je de roestomvormende grondlaag behandelen met bijvoorbeeld Nopverox, gebruiken alvorens de laklaag aan te brengen met een lakstift je kan het eventueel daarna afwerken met een bijpassende blanke lak.

Wanneer er ongelakte metaaldelen zijn, moet je deze inspuiten met een anticorrosie of siliconenspray. Vergeet daarbij niet de schijfremmen af te dekken met een doek, die mag je beslist niet inspuiten! Het gedeelte dat soms over het hoofd wordt gezien zijn de vorkpoten en de demperstangen van de schokdempers. Die moet je dun invetten zonder een stuk over te slaan, anders ontstaan er kleine roestplekken die de O-ringen kunnen beschadigen en lekkage kunnen veroorzaken.

Om de gelakte en chroomdelen die niet warm worden te beschermen moet je die in een harde was zetten zodat zij goed blijven. De uitlaat en andere delen van de motor die warm worden moet je behandelen met een fijne olie (bijv. WD40) of Eurol power cleaner.

Elektra

Spuit de elektrische licht- en startschakelaars op het stuur in met contactspray om corrosie en vochtophoping te voorkomen. Alle gas-, koppelings-, rem- en choke-kabels moet je ook goed inspuiten. Alle rubberen en kunststof onderdelen van de motor bijvoorbeeld benzineslangen, stofkappen met uitzondering van banden en buddy inspuiten met een waxspray om uitdroging te voorkomen.

Koelvloeistof

De optimale bescherming is pure koelvloeistof gebruiken zonder deze te verdunnen. Deze is geschikt voor temperaturen tot min 40 ºC. Daarnaast bevat het additieven die corrosie voorkomen. Let ook op dat je de waterpomp ook insmeert en het aluminium van het motorblok niet overslaat.

Accu

Het is aan te raden om de accu uit te halen en deze eventueel bij te vullen met gedestilleerd water en opnieuw op te laden. De accupolen dienen ook ingevet te worden met zuurvrije vaseline.
Wanneer je de accu bewaart doe het dan op een droge en vorstvrije ruimte waar een druppellader aangesloten kan worden.
Als dit niet mogelijk is voor jou dan is het handig om ongeveer drie keer per week de accu op te laden met een acculader die geschikt is voor jouw motorfiets. Wij raden ook aan om nooit een snellader te gebruiken en ook geen lader met een laadstroom van meer dan 10% van de capaciteit van de accu. Bij het laden moet je altijd letten op de vulstoppen, deze moeten open zijn om ontploffingsgevaar te voorkomen.

Uitlaat – luchtfilter

Wanneer je een open luchtfilter hebt dan kan je die dichtstoppen met een stuk doek. Ook de (koude!) uitlaat dichtstoppen met een stuk doek of een plastic zak met een elastiek. Dit voorkomt dat er vocht in trekt.

Stalling binnen

Stal de motorfiets het liefst in een droge ventilerende ruimte. Mocht je niet beschikken over een droge ruimte, zorg er dan voor dat je een vochtvreter plaats wanneer je de motorfiets in vochtige ruimtes stalt. Dek de motorfiets af met een speciaal daarvoor bestemde ventilerende motorhoes. Gebruik nooit dikke dekens, katoenen lakens of slaapzakken, die ventileren onvoldoende en kunnen leiden tot roestvorming. De hoes mag geen contact maken met onderdelen die met vloeistoffen zijn behandeld om een chemische reactie en verkleving te voorkomen.

Stalling buiten

Wanneer een motor buiten gestald wordt moet je over een goed ventilerende buitenhoes beschikken en elke 2 à 3 weken de motor op een zonnige of winderige dag luchten. Een goed ademende en passende motorhoes voorkomt dat condens van de warme motor na het rijden niet weg. Maak de hoes aan de onderkant goed vast om wegwaaien te voorkomen en let erop dat de hoes 10cm vrij blijft van de grond.

Starten

Men geeft soms aan dat het handig is om de motor af en toe te starten wanneer deze lang stil staat. Maar dit is een misverstand, door dat te doen komt de motorfiets niet goed op temperatuur, het is beter om een eind met de motor te rijden zodat deze goed op temperatuur kan komen.

Kiest u liever voor gemak? Stal uw motor bij First Motors!

Klik hier!